Ik zie ik zie wat jij niet ziet

Ik hoor wel eens fotografen zeggen dat ze een afkeer hebben van bewerkte foto’s. Ze zijn er trots op dat hun foto’s zó uit de camera rollen en ze er daarna niets meer aan veranderd hebben. Ze willen de wereld vastleggen ‘zoals ie is’. De pure school van fotografie zo je wilt.

Ik geloof daar niet in. Want what about vóórdat het beeld uit je camera rolt? Dan maak je namelijk ook al allerlei keuzes die bepalen hoe dat beeld eruit gaat zien. En bovendien: ziet jouw wereld er hetzelfde uit als de mijne?

Fotografie is ‘licht-schrijven’. Een stukje belichte wereld vastleggen. Maar geen enkel beeld is een pure registratie. De eerste keuze is het voornemen om iets vast te leggen en het bepalen van het onderwerp en tijdstip.  Dan volgt een reeks keuzes hóe dat onderwerp met de camera wordt vastgelegd:         

  • Wat valt binnen het kader en wat niet? (Komt die bouwplaats naast dat luxe-hotel ook in beeld of laat ik die weg?)
  • Welke compositie kies ik?
  • Hoeveel licht laat ik toe?
  • Hoe lang druk ik af en mag er dan beweging zijn? (Staat die surfer stil op het water of scheert hij in een waas over de golven?)
  • Wil ik alles scherp in beeld houden of leg ik ergens focus op?
  • Welke spectrumkleuren van het licht benadruk ik, de warme of de koele?

‘Ja maar ik fotografeer in RAW!’ zegt de purist.

Voor de niet-fotografen: RAW is als het ware een ‘basis’ bestandsformaat waarbij de camera zoveel mogelijk informatie van het beeld vangt, en het niet samenperst tot het bekendere .jpg formaat waarin informatie verloren gaat (compressie). Bij omzetting naar een .jpg afbeelding wordt er bijvoorbeeld wat contrast en kleur versterkt of de foto wat scherper gemaakt. Dat doet je camera automatisch wanneer deze ingesteld is op fotograferen in .jpg, maar ook om een beeld op een scherm weer te geven zul je het naar bijvoorbeeld .jpg om moeten zetten om het weer te kunnen geven (tenzij je RAW-software gebruikt).

De purist wil níets aan de foto doen. Het beeld moet precies weergeven wat er in werkelijkheid te zien was.

Maar…. what you see is never what you get. Er is niet één waarheid, één werkelijkheid, en ook niet één weergave. En dat is niet alleen een filosofisch standpunt, maar ook een technisch. Zodra je namelijk de keuzes gaat maken die hierboven genoemd zijn, ben je al aan het beïnvloeden hoe je beeld eruit gaat zien. Na het bepalen van het kader en de compositie, kies je voor een donkerdere of lichtere opname, voor scherpte of onscherpte, (hetzij door beweging, hetzij door focus), en ook al bepaalt je camera zelf de toe te passen kleurtemperatuur (koeler/blauwer licht, of geelroder/warmer licht) daar moet altijd een keuze in gemaakt worden, óók door het apparaat.

Weet je bovendien zeker dat jouw ogen (of hersenen!) hetzelfde zien als die van een ander? Is het rood dat jij ziet hetzelfde als het rood dat ik zie? Ik kan je garanderen dat mijn ‘werkelijkheid’ een tamelijk wazig beeld oplevert als ik mijn lenzen niet in heb!
Of denk aan kleurenblindheid, waarbij de kijker bijvoorbeeld slechts een heel beperkt spectrum aan kleuren waarneemt. Mijn vader kon onder andere groen en rood niet onderscheiden. (Ik vroeg me wel eens af of mijn haar voor hem groen moet hebben geleken… ). En zelfs als je uitstekend kleuren kunt waarnemen, zijn er altijd nog lichtgolven in het spectrum die we niet eens kúnnen zien met ons menselijke oog. (Heel cool trouwens om te zien hoe allerlei verschillende dieren waarnemen. Bekijk dit filmpje ‘How animals see the world‘ maar eens).

En toch is ons oog (in goeden doen) altijd nog vele malen ingenieuzer dan welke camera dan ook. Een camera is beperkter in het verwerken van het beeld dat op het ‘netvlies’ (de sensor) valt. Vandaar ook dat – ook in RAW – een foto van dat adembenemende landschap dat je op vakantie zag het soms lang niet háált bij wat je met je eigen ogen gezien hebt. Neem het je camera niet kwalijk, die kan er ook niks aan doen…

Maar een nabewerkingsprogramma wél! Dus als dat ongepolijste beeld dat je fototoestel heeft uitgespuwd toch net even wat minder sprankelt dan die stralend gele bloemenweide in de bergen tegen een hemelsblauwe lucht, spice it up! Tikje meer contrast, even wat schuiven aan die kleurtemperatuur (de witbalans) en wat is er mis met een snufje extra scherpte? Wie weet stel je het precíes zo in als ik het zou hebben gezien. Met lenzen dan. 🙂

Sure, er zijn gradaties waarin je los kunt gaan. Tussen enerzijds de simpele compressie door het omzetten van raw naar .jpg en anderzijds complete digital art is alles mogelijk. Elke pixel is te bewerken en naar je hand te zetten. Het is aan jou als beeldmaker (ja jij dus ook pure fotograaf!) om je eigen koers daarin te kiezen en te bepalen welk beeld en welke beleving je aan de kijker wil aanbieden.

En dan maar afwachten of die hetzelfde waarneemt als jij. En hoe ze haar schermkleuren heeft ingesteld…. 😜


De kunst van het kiezen

Wat kóóp je eigenlijk als je kunst koopt? Ja, een schilderij. Of een foto. Of keramiek object. Geprint op canvas, of papier. Op een akoestisch paneel misschien (ook nog eens functioneel). Met lijst, zonder lijst. Hoe dan ook, je koopt meestal een beeld. Iets om naar te kijken, in 2D of 3D zo je wilt.

Best gek wel. Want zoveel andere dingen koop je voorál om het functionele ervan. En dat het er mooi uitziet is dan in meer of mindere mate bijzaak. Als het functionele niet aan de verwachtingen voldoet, is het mooie ineens ook minder mooi. Het is om op te zitten. Om te eten. Om lekker warm aan te trekken. Om je huid mee te verzorgen, of wat dan ook. Het heeft een duidelijk nut en is niet (alleen) maar om naar te kijken. 

Hoe zit dat dan bij kunst? Wat brengt het je? Wat is het nut? Aankleding van een lege muur of hoek in de kamer of tuin? Maar waaróm dan?

Omdat het je huis gezellig maakt. Warmte uitstraalt. Of rust. of een visuele verrassing biedt. Het prikkelt ons. Stelt ons vragen. Of stelt ons gerust. Kunst is gevoel. Pret. Genot. Irritatie. Woede. Angst. Twijfel. Eenzaamheid. Energie. Verdriet. Liefde. Verbazing. Verwondering.
Én … verbinding!

Want kunst is persoonlijk. En hoe fijn is het om dezelfde emotie als iemand anders te voelen bij een schilderij? Het schept een band als iemand hetzelfde ervaart bij een beeld. Als het een vergelijkbare reactie triggert. ‘Word jij ook zo blij van een schilderij van Picasso?’ ‘Geniet jij ook zo van de rust van een schilderij van Monet, of het bruisende van de wereld van Renoir?’ ‘Kun jij ook niet uitstaan dat mensen het werk van …. kunst noemen?’ Of persoonlijker doet een werk ons misschien wel denken aan een fijne vakantie die we met iemand hebben meegemaakt. Een herinnering om te delen. Herkenning. Van beleving. En van waarden. 


En daarmee ook van invloed op het groepsgevoel. Het kan iets zeggen over de eigenaar. Wat diegene wil uitstralen in zijn woon- of werkruimte. Je kunt écht een sfeer beïnvloeden of imago versterken door de kunst die je plaatst. Klassiek, modern, energiek, jong, elegant,  krachtig, minimalistisch, stoer, behoudend of juist provocerend. Noem maar op.

Zie jij wel eens een kunstwerk waarvan je denkt ‘Wauw wat mooi! Maar ik zou het nóóit kopen, want ….’. En hoe vaak komt er dan als reden niet iets wat te maken heeft met wat ánderen ervan zouden vinden? Ondanks onze eigen fijne beleving bij het kunstwerk?

Durf jij te kiezen? Voor wat jij wil uitstralen? Voor wat bij jóu past, in plaats van (alleen) bij je bankstel? 😉

Focus

‘Je zou wat meer moeten focussen. Richt je op één ding.’
 
Makkelijk gezegd. Maar wat als je héél veel leuk vindt? Veel interessen hebt en veel creatieve drang? Alles wil proberen? Kiezen is echt onmogelijk voor mij. Schilderen, tekenen, breien en haken, digitaal ‘knutselen’, edelsmeden, muziek maken, schrijven. Zoveel al geproefd of langere tijd gedaan en nog zoveel andere disciplines die ik wil proberen. En per discipline heb je óók nog eens zoveel opties! Aquarel, olieverf, graffiti, pentekenen. Of piano spelen, gitaar, saxofoon, mondharmonica … Maar laat ik in deze blogpost eens vertellen wat de aantrekkingskracht van fotografie voor mij is.

Jaren geleden overwon ik mijn drempel om de mysteries van sluitertijd, diafragma en iso-waarden te ontrafelen en kocht ik een eerste bescheiden camera. Ik vond het heerlijk om met dat toverapparaatje de natuur in te trekken. Ik kon er de vluchtige wereld mee vastleggen en bewaren, maar bovendien gaf het ding een geweldig excuus om in mijn eentje ergens op een klein stukje hei rond te dwalen zonder dat voorbijgangers zich al te veel zouden afvragen wat ik daar in vredesnaam lag te doen op mijn knieën tussen de graspollen. Nou ja, misschien vroegen ze het zich wel af, maar ik had een camera. Dus hé, er was een geldige reden! Maar eigenlijk deed ik als kind zónder camera al hetzelfde. Gebiologeerd kon ik geduldig mieren in de tuin bestuderen. Hun minuscule voelsprietjes, die een feilloos kompas leken te zijn voor al die kleine wezentjes die altijd druk waren. Of een citroenvlinder. Die ik beschadigd op de tegels vond en – na het beestje uitvoerig bewonderd te hebben – met mijn peuterhandjes in een bloem zette in de hoop dat ie nog wat kon eten en zou opknappen. De magie van die miniatuurwereld om ons heen greep me heel veel jaren later opnieuw. 

Vol overtuiging hurkte ik regelmatig met mijn lens op de snufferd van een libel, om de onweerstaanbare parelmoer glans en ragfijne vertakkingen van die tere vleugeltjes vast te leggen. Een fractie van een seconde de beweging en schoonheid bevriezen. Om later nog eens terug te kunnen zien. Én aan anderen te laten zien. Hoe mooi. Hoe kwetsbaar. Hoe bijzonder dat het bestond. Hoe is het toch mogelijk dat de natuur al die soorten voortbrengt? 

Elk wezentje uitgerust met een set superskills waar menig pokémon-karakter jaloers op zou zijn! Ga maar na: kikkers die weer tot leven komen na vrijwillig nagenoeg dood te zijn geweest, of de extreem lange roltong van vlinders om diep in bloemen nectar op te kunnen zuigen. (En dat die tong oprolt is wel zo praktisch tijdens het vliegen). Kevers die hun vijand met een chemisch zuur besproeien, wespen die hun jongen IN een rups planten en het voor elkaar krijgen dat die rups in een soort zombiestaat ook nog eens die jongen gaat beschermen nadat ze zich een weg naar buiten hebben gegeten…. Sorry. Ik laat me meeslepen… 😉

Hoe dan ook: good ol’ nature overtreft je wildste fantasieën. Elke millimeter van die vernuftige insectenlijfjes is doordacht en dient een specifiek doel. Alles in het kader van voortplanten, eten en gegeten worden. Als je tegenstander betere superskills heeft dan jij. 

Macrofotografie blijft me na al die tijd nog steeds boeien. Maar omdat ik als fotograaf ook een creatieve ontwikkeling doormaakte, lonkten ook andere onderwerpen mij. En dan komt opnieuw het kiezen om de hoek kijken. Uit die ongekend vele mogelijkheden die er zijn. Landschappen, productshoots, architectuur, huwelijken, baby’s, portretten, evenementen, stillevens, voer- en vaartuigen, actiefoto’s, bedrijfsfotografie, nieuws … zucht … En tóch. Tóch kwam er iets bovendrijven. Al was het op vertrouwd terrein, namelijk macrofotografie. Ik verplaatste mijn lens van de natuur naar binnenshuis en mijn nieuwe stijl werd geboren: abstracte fotografie. Héérlijk om op zoek te gaan naar een heel klein stukje van de wereld om me heen, dat eenmaal gekaderd en bevroren een totaal nieuwe beleving biedt! Een uniek beeld dat losgemaakt is uit het alledaagse om te verbazen, te verwonderen, te verrassen. Op m’n knieën tijgerend door de woonkamer op zoek naar onverwachte juweeltjes. En geen mens die zich af hoeft te vragen wat ik daar in vredesnaam aan het doen ben. Ik heb namelijk een camera. 😉

Wil je kennismaken met mijn abstracte fotowerken? Ga dan naar de Qeimoy shop op Werkaandemuur en selecteer het album.