Dat is maar gewoon geklieder

Hoe vaak hoor je niet bij een abstract schilderij: ‘Dat kan mijn kind van 4 ook maken’. Of: ‘Ik vind het maar gewoon geklieder’. Vaak. Omdat het vaak heel simpel lijkt.
En ja, af en toe wordt abstracte kunst ook met een paar eenvoudige penseelstreken gecreëerd. Een 5 minuten werkje. Ik zal het soms met degenen eens zijn die het moeilijk te verteren vinden dat zoiets als hoogstaande Kunst wordt beschouwd. Een Mondriaan, een Jackson Pollock, Joan Mitchell, Mark Rothko. Grote namen in de kunstwereld. Voor velen ogenschijnlijk makkelijke werken. Of geklieder. Maar toch…. er valt genoeg van hen te leren.

Wat maakt kunst dan Kunst?

Een grote vraag, die al veel mensen heeft bezig gehouden. Ik weet zeker dat ik die vraag hier ook niet naar tevredenheid kan beantwoorden. Maar ik heb in de afgelopen jaren wél ontdekt wat er aantrekkelijk aan abstracte kunst kan zijn. Oók aan de simpele werken. En dat is dit:

Abstracte kunst nodigt je uit om te beleven, te onderzoeken en zo jezelf beter te leren kennen.

Dat zijn mijn eigen woorden, maar ook daadwerkelijk mijn eigen ervaring.
Zowel als kijker naar, als in de rol van maker van abstracte kunst geniet ik daarvan.
Want wat doet een abstract werk met je? Je gaat er iets van vinden. Je vindt het mooi. Of lelijk. Of ‘het doet je niets’. Je irriteert je eraan (misschien wel omdat je het ‘zelf ook wel had kunnen maken en die zogenaamde kunstenaar er een ton voor heeft gekregen’), je bewondert de originaliteit, de durf, de techniek. Het kan van alles zijn.

‘Eden’s Garden’
acrylverf op canvas 60*80cm

Maar juist dát maakt het interessant. Want waarom voel je datgene precies? Zegt dat iets over het werk waar je naar kijkt, of over jóu? Zodra je gaat proberen om onder woorden te brengen waaróm je voelt wat je voelt. Of vindt wat je vindt. Dán gebeurt er iets. Je persoonlijkheid, jouw unieke ik, gaat meespelen. Want feit is, dat één kunstwerk onherroepelijk vele verschillende reacties teweeg kan brengen. Dat ligt niet aan het kunstwerk, maar aan degenen die ernaar kijken! Wat beweegt hen? Wat is hun smaak, hun cultuur, hun achtergrond, hun context? Wat vind je dan zo mooi aan een werk? Zijn het de kleuren? De wilde patronen? De rustige delen? Wat is het gevoel dat je daarbij krijgt? Roept het herinneringen bij je op? En als je je stoort aan een werk, hoe komt dat dan? Vind je het te eenvoudig? Te kinderlijk? Vind je dat iemand hard moet werken om veel geld te mogen ontvangen? Een volwassen, ontwikkeld werk moet afleveren? Is het niet eerlijk verdeeld in de wereld? Voel je afgunst? Waar komt dat vandaan?

Van de automatische piloot af

Zie je? Op die manier kun je ontzettend veel over jezélf leren door te kijken naar een abstract werk én er vragen aan jezelf bij te stellen! Geweldig toch? We sukkelen namelijk met z’n allen vaak genoeg in stand ‘automatische piloot’ door het leven. We doen wat we gewend zijn te doen. Wat we jong geleerd hebben en gewoon zijn gaan vinden. Maar ís het wel zo gewoon? Is een andere manier of visie misschien niet beter? Of tenminste óók goed? Zelfreflectie. Leren. Groei. Ontwikkeling. Allemaal dingen die het gevolg kúnnen zijn van abstracte kunst. Al kun je ook gewoon doorlopen. En dat zegt ook iets. 😉

Bestemming onbekend

Een abstract werk maak ik bij voorkeur intuïtief. Zonder vooropgezet plan, zonder vooraf te weten wat ik zal gaan maken. Het mag spel zijn, geklieder zo je wil, maar ondertussen maak ik van allerlei technische elementen gebruik om mijn schilderij te kneden. Ook ik heb over mijn abstract werk wel eens gehoord dat het simpel lijkt. Dat je het wel even in een middag maakt. Niets is minder waar. (Ik nodig je van harte uit om het zelf te proberen). 😉 Compositieregels of het bewust doorbreken daarvan, kleurenleer en het mengen van kleuren, penseeltechnieken, verfeigenschappen als transparantie, consistentie, structuur: zomaar wat zaken die het uiterlijk van je schilderij behoorlijk zullen beïnvloeden. En hoe beter je hun werking kent in de praktijk, hoe meer je vanuit je gevoel, zonder nadenken, kunt werken. Net als leren autorijden.

Als je de basisvaardigheden onder de knie hebt, kun je je aandacht op andere dingen richten en wordt je een betere chauffeur. Of schilder. De kilometers die je maakt zorgen voor ervaring. Waardoor je beter kunt inschatten wat je moet doen om daar te komen waar je wil zijn. Hoe je hindernissen het beste kunt nemen. Dat je soms even geduldig moet afwachten tot je weer vooruit kunt. Dat een onverwachte omweg soms juist de beste route is om bij je bestemming te komen en je onderweg mooie nieuwe dingen tegenkomt die je niet verwacht had. En nog beter en avontuurlijker: je stapt in je auto en begint te rijden zonder precies te weten waarnaar toe. Tot je ergens bent waar het je heel goed bevalt en dan is dát je bestemming! En dán is mijn abstracte kunstwerk af. 🙂

Maar figuratieve kunst dan?

Bij figuratieve dan wel realistische kunst is het voor een kijker vaak gemakkelijker om te oordelen of het een ‘goed’ schilderij is. Het criterium is voor veel mensen immers dat het écht moet lijken. Hoe realistischer het oogt, hoe beter het vaak beoordeeld wordt. Het is dan knap gemaakt, vindt men. ‘Dat kan niet iedereen’. De techniek is zichtbaar ontwikkeld en een kind van 4 doet het zomaar niet na. Figuratieve kunst is daarmee veiliger voor de kijker. Er is een rationele maatstaf waarlangs je het schilderij kunt houden. Je eigen beleving en persoonlijkheid hoeven niet zozeer op de weegschaal of onderzocht te worden om te beargumenteren wat je van het kunstwerk vindt. Al vind ik het persoonlijk wel weer interessant om te onderzoeken waarom iemand een kunstwerk goed vindt als het realistisch lijkt. 😉

Net echt. Lekker saai.

Is daarmee het maken van figuratieve/realistische kunst voor mij saaier? Nee, zeker niet. Abstract werk en realistisch werk maken zijn voor mij twee heel verschillende bezigheden. Hoewel ik abstracte kunst ontzettend heb leren waarderen, wil dat zéker niet zeggen dat ik figuratieve kunst de rug toe heb gekeerd. Het zijn voor mij twee totaal verschillende kunstvormen. Als maker heb ik ontdekt dat ik bij beide technieken een heel andere beleving heb. Tijdens het maakproces en ook als het af is.
Waar ik bij abstracte kunst steeds meer vanuit mijn gevoel werk en het proces mij lessen leert over o.a. perfectionisme, loslaten, niet oordelen, daagt figuratieve kunst mij juist technisch enorm uit. Het leert me vooral kijken. Naar licht, naar vormen, naar ‘werkelijke’ kleuren en niet de kleur die we met onze hersenen dénken te zien! Die verwondering over hoe groot het verschil daartussen soms is… heerlijk. Je kent ze wel, die optische illusies waarbij je letterlijk je ogen niet kunt geloven. Sneeuw kan dus gewoon donkergrijs zijn en jij beleeft het nóg als wit!

Grapje!

Ik vind het geweldig om me vast te bijten in een schilderij waarin ik een illusie creëer. Waarmee ik voor een 3D-beleving zorg op het platte vlak van een canvas. Dat kan een heel ‘goed gelukt’ realistisch werk zijn. Maar ook een trompe l’oeuil. Een visueel grapje. Zoals bijvoorbeeld ook te zien is in het paneel dat ik onlangs maakte als bijdrage aan een Nachtwachtproject*. Spelen met de blik van de kijker. Het oog voor de gek houden. Zo’n klik bij de toeschouwer teweegbrengen die je ook krijgt als je het aha-moment beleeft bij het staren naar een 3D-tekening. Ken je die? Waarbij je op een bepaalde manier naar een ogenschijnlijke wirwar van patronen moet kijken om er een fantastisch 3D beeld voor je neus in te zien opdoemen? Fantastisch! Geen digitale trucage, maar gewoon van die papieren boeken van vroeger waarbij de trucage in je eigen hersenen gebeurt. Ik hou ervan.

*De Bergeijkse Kunstenaars Vereniging heeft in het kader van haar 10-jarig jubileum een project opgezet waarbij 21 kunstenaars een deel van Rembrandt’s Nachtwacht schilderden, naar eigen invulling. Ik schilderde grofweg de onderste helft van kapitein Frans Banninck Cocq. De hele ‘Nachtwacht’ kun je t/m 9 november nog gaan bekijken!

Onderdeel van de Nachtwacht met visueel grapje.

Jij mag het zeggen

En nu jij. Je hebt tot hier gelezen. Dus wie weet heb ik wel ergens een stukje nieuwsgierigheid kunnen wekken. Naar abstracte kunst. Of naar een nieuwe manier van naar kunst in zijn algemeenheid kijken. Of naar jezelf. Misschien heb je een leuke aanknoping gevonden voor je kind dat een onderwerp voor een spreekbeurt zoekt. Wie weet schieten mijn vragen je een volgende keer als je naar een schilderij kijkt wel door het hoofd en graaf je nét een laagje dieper in je beleving dan je gewoonlijk doet. Vraag je je af waaróm je het mooi of niet mooi vindt. Waarom het werk een bepaald gevoel bij je oproept. Misschien duikt er een herinnering op. Of leer je iets over jezelf. Misschien wel dat je het lastig vindt om überhaupt te herkennen wat je voelt. Dat je erg vanuit je ratio een werk en misschien wel de wereld benadert. Dat mag nog steeds. Maar is in elk geval een stukje zelfkennis erbij. Geniet ervan. 🙂

Presteren kun je afleren

Ik denk dat ik een schoolvoorbeeld ben van ‘het bloed kruipt waar het niet gaan kan’. Ik heb altijd erg goed kunnen leren. Heel fijn, maar ook een grote valkuil. Presteren, de lat hoog leggen, het werd een soort bestaansrecht. Hele hoge cijfers op school? Natúúrlijk ga je naar de universiteit. Al had ik geen idee wat ik daar wilde. Niet echt. Dan maar iets met talen. Dat lag me wel. Ergens echt goed over nadenken – of beter nog: vóelen – wat bij me paste, was er niet bij. Dus ik koos maar een studie die logisch leek op dat moment: Spaans.

Tegen het eind van die studie rolde uit een bijbaan al snel een volledige baan. Een hele andere kant op: de bouwwereld in. Dat trok aan, want mijn studie bracht niet de voldoening die ik onbewust zocht (verrassing), en bouwen was heerlijk anders en concreet. En het werd gevraagd, dús ik zei ja … En die richting, in een aantal varianten, heb ik jarenlang gevolgd. Was dat dan zonde? Nee, zeker niet. Ik heb er ook warme herinneringen aan en dierbare contacten aan overgehouden.

Dat ja zeggen tegen dingen die eigenlijk niet goed pasten laat je bovendien ook proeven van de wereld. En daar kun je heel veel tijd mee zoet zijn! Maar wat de koers heeft doen veranderen om het leven anders te benaderen was de dood van mijn vader. Niet meteen, maar het versterkte wel de onderhuidse onrust die al jaren sudderde. Er móest iets. Ik voelde haast. En een nog altijd onbevredigd gevoel, ondanks de vele paden die ik inmiddels al bewandeld had. Ik wilde niet op mijn sterfbed ooit zeggen ‘had ik maar… ‘.
En na veel soulsearching, met en zonder hulp, realiseerde ik me dat ik nog altijd volledig leefde volgens wat ik had ingevuld dat er van me verwacht werd: presteren. En wat inmiddels ook daadwerkelijk zo was! Rationeel, feitelijk, nuchter, ambitieus … allemaal woorden die wél de wereld beschrijven waarin ik me bewoog, maar níet míj!

De kleine creatieve draadjes die ik ergens onderweg had toegevoegd ben ik gaan volgen. Een beetje fotografie, een beetje leren handwerken. Maar hoe meer ik aan die draadjes begon te trekken, hoe lastiger het werd om ze los te laten. En de vraag in mijn hoofd klonk steeds luider: ‘waarom zou ik’?

En nu heb ik de stap gezet om me niet meer te richten op dat feitelijke, rationele pad, maar om de ruimte te geven aan de gevoelskant, aan creativiteit. Een bevestiging dat dat de juiste keuze is voelde ik laatst, toen iemand tegen me zei dat ze helemaal niet wíst dat ik creatief was. Dat ze me kende van de serieuze banen, van regelen, organiseren, enz. Ik merkte dat die constatering me verdrietig maakte. Omdat het precies de vinger op de zere plek legde: ik had mijn creatieve kant en daarmee een wezenlijk deel van mezelf totaal verstopt voor de buitenwereld. Uit angst. Om los te laten wat ik kende. Om niet meer in een plaatje te passen waar ik dacht in te moeten passen.

Maar wat gebeurt er nu? Er wachten nieuwe mensen op me! Een nieuwe vijver om in te zwemmen. En uit de oude vijver blijkt menigeen me bovendien aan te moedigen en te steunen! Ik snuif al het creatieve moois in de wereld op, laat mijn zintuigen volop werken. En neem actief aan die wereld deel met mijn eigen kunst. Weg uit het hoofd en een volle duik in het hart.

In mijn vorige blog ‘Met natte sokken op het bloesempad’ beschrijf ik hoe die stap voelde.
En in mijn volgende blog vertel ik hoe die 2 werelden in mijn kunst terugkomen. Want – spoiler alert – het hoofd wil af en toe ook een beetje mee blijven doen. 😉

Met natte sokken op het bloesempad

Ik wist vroeger niet echt wat ik later wilde worden. Een paar vaagomlijnde ideeën waren er. Dingen die ik leuk vond zelfs genoeg. Maar om daar nou een carrièrepad bij te zien, nee. ‘Gek op knuffelen met dieren’ is nog steeds iets wat ik weinig in functieomschrijvingen ben tegengekomen. Ach ja, je vindt je weg wel, of in elk geval EEN weg en rolt door het leven heen.

Maar -ig jaren later, met een aantal banen in de rugzak, kwam dat moment weer dat ‘life happened while I was busy making other plans’. Je slaat een pad in, maar het pad denkt mwah, toch maar niet. Hier een paar struiken voor je voeten, daar een wortel die je net te laat ziet, en och, spring ook even over die sloot daar en zorg dat je er niet in valt. Dat pad. Met heus ook wel stukken die even wat makkelijker liepen. En zelfs hier en daar onverwacht een dier om mee te knuffelen. Normaal leven dus eigenlijk. Ik kende dat pad al een tijdje. Je loopt het en vindt het prima. Het hoort erbij en je leert er beter door opletten, aardig door klauteren en hé… af en toe een paar natte enkels.. die drogen ook wel weer als je verder loopt. Je komt er voorbijgangers tegen die een stukje met je oplopen, soms voor de voeten en soms juist met een zetje in je rug. Anderen hard voorbij hollend. Op weg naar… iets?

Alleen… gaandeweg in de afgelopen jaren begon ik in de verte wel eens wat nieuws te zien. Dingen die ik nog niet eerder had opgemerkt. Misschien waren ze er wel, maar ik probeerde goed op mijn ingeslagen pad te letten, om niet onderuit te gaan of een afslag te missen. Eerst een schimmig beeld van kleuren. En dan wat stukken vol weidebloemen. Tot ik ergens zag dat je daar ook tússen zou kunnen wandelen. Misschien niet op zo’n duidelijk afgebakend pad als waar ik nu liep, maar er wás een paadje zichtbaar. Geflankeerd door af en toe een mooie bloesemboom. Ik wandelde door op mijn natte-enkel-pad, maar keek steeds vaker zijwaarts of ik dat andere pad, het bloesempad, weer kon ontdekken. En verdraaid zeg… er liepen mensen! Wat ís dat voor pad? Waar loopt dat heen en vooral: wat is er onderweg allemaal te zien?! Ik ging er steeds meer naar kijken terwijl ik op mijn pad verder liep. Het bloesempad kronkelde af en toe dichterbij en liep soms een stukje parallel. Ik wandelde dan ook al af en toe tussen wat verstrooide klaprozen en kon meegenieten van de frisse kleuren die het pad kennelijk meebracht. Ik leefde op!

Mijn nieuwsgierigheid naar het nieuwe pad werd steeds groter, maar ik liep mijn vertrouwde route nog een eindje verder. Totdat… natuurlijk, de volgende sloot. Niet een heel brede, maar wel met natte enkels in het verschiet. Ik had wel pittigere hindernissen achter me liggen, dus deze sloot zóu moeten lukken. Vooruit. Daar ga je. Klets. Ja hoor, water gepakt.

Aan de overkant van de sloot ga ik op de grond zitten. Mijn sokken druppend en de blik op het bloesempad gericht. Dat vlakbij liep op dit stuk. Een paar stappen en ik zou er op staan. Met alle onzekerheid waar dát pad naar toe gaat, of het overal wel zo mooi is als wat ik er tot nu toe van gezien heb, of de mensen die erop lopen wel aardig tegen me gaan zijn en of ik wel heelhuids aankom bij … sja… waar het bloesempad dan ook naartoe loopt.

Ik sta op, brandend van nieuwsgierigheid. Ik zou er nooit achter gaan komen waar ik alle moeite op mijn enkel-pad voor gedaan heb. Waar dít pad naartoe leidt. Maar stel nou dat ik aan het eind van mijn huidige pad kom en alleen maar meer van hetzelfde heb ervaren, dan blijf ik altijd nieuwsgierig naar wat ik op dat zo lonkende bloesempad allemaal tegen kan gaan komen! Ik adem diep in, til mijn rechtervoet op en zet een stap op het nieuwe pad. Ik kijk om en zie plotseling wat vriendelijke medewandelaars vanaf het natte-sokken-pad naar me zwaaien en me aanmoedigen. Toe maar, je past in het plaatje! Wíj hebben het hier prima naar onze zin en lopen verder, maar wie weet komen onze paden nog eens bij elkaar in de buurt en kun je vertellen wat je onderweg allemaal tegengekomen bent en of je nieuwe pad goed bevalt. Hier, neem een extra paar droge sokken mee en go! We verwachten mooie verhalen later!

Ik check mijn rugzak nog eens op handig gereedschap: een paar penselen, breinaalden, canvasdoeken, een camera, koffie en thee, een kompas en extra droge sokken. Dat moet me een eind op weg helpen. Ik zwaai nog even en begin.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

Ik hoor wel eens fotografen zeggen dat ze een afkeer hebben van bewerkte foto’s. Ze zijn er trots op dat hun foto’s zó uit de camera rollen en ze er daarna niets meer aan veranderd hebben. Ze willen de wereld vastleggen ‘zoals ie is’. De pure school van fotografie zo je wilt.

Ik geloof daar niet in. Want what about vóórdat het beeld uit je camera rolt? Dan maak je namelijk ook al allerlei keuzes die bepalen hoe dat beeld eruit gaat zien. En bovendien: ziet jouw wereld er hetzelfde uit als de mijne?

Fotografie is ‘licht-schrijven’. Een stukje belichte wereld vastleggen. Maar geen enkel beeld is een pure registratie. De eerste keuze is het voornemen om iets vast te leggen en het bepalen van het onderwerp en tijdstip.  Dan volgt een reeks keuzes hóe dat onderwerp met de camera wordt vastgelegd:         

  • Wat valt binnen het kader en wat niet? (Komt die bouwplaats naast dat luxe-hotel ook in beeld of laat ik die weg?)
  • Welke compositie kies ik?
  • Hoeveel licht laat ik toe?
  • Hoe lang druk ik af en mag er dan beweging zijn? (Staat die surfer stil op het water of scheert hij in een waas over de golven?)
  • Wil ik alles scherp in beeld houden of leg ik ergens focus op?
  • Welke spectrumkleuren van het licht benadruk ik, de warme of de koele?

‘Ja maar ik fotografeer in RAW!’ zegt de purist.

Voor de niet-fotografen: RAW is als het ware een ‘basis’ bestandsformaat waarbij de camera zoveel mogelijk informatie van het beeld vangt, en het niet samenperst tot het bekendere .jpg formaat waarin informatie verloren gaat (compressie). Bij omzetting naar een .jpg afbeelding wordt er bijvoorbeeld wat contrast en kleur versterkt of de foto wat scherper gemaakt. Dat doet je camera automatisch wanneer deze ingesteld is op fotograferen in .jpg, maar ook om een beeld op een scherm weer te geven zul je het naar bijvoorbeeld .jpg om moeten zetten om het weer te kunnen geven (tenzij je RAW-software gebruikt).

De purist wil níets aan de foto doen. Het beeld moet precies weergeven wat er in werkelijkheid te zien was.

Maar…. what you see is never what you get. Er is niet één waarheid, één werkelijkheid, en ook niet één weergave. En dat is niet alleen een filosofisch standpunt, maar ook een technisch. Zodra je namelijk de keuzes gaat maken die hierboven genoemd zijn, ben je al aan het beïnvloeden hoe je beeld eruit gaat zien. Na het bepalen van het kader en de compositie, kies je voor een donkerdere of lichtere opname, voor scherpte of onscherpte, (hetzij door beweging, hetzij door focus), en ook al bepaalt je camera zelf de toe te passen kleurtemperatuur (koeler/blauwer licht, of geelroder/warmer licht) daar moet altijd een keuze in gemaakt worden, óók door het apparaat.

Weet je bovendien zeker dat jouw ogen (of hersenen!) hetzelfde zien als die van een ander? Is het rood dat jij ziet hetzelfde als het rood dat ik zie? Ik kan je garanderen dat mijn ‘werkelijkheid’ een tamelijk wazig beeld oplevert als ik mijn lenzen niet in heb!
Of denk aan kleurenblindheid, waarbij de kijker bijvoorbeeld slechts een heel beperkt spectrum aan kleuren waarneemt. Mijn vader kon onder andere groen en rood niet onderscheiden. (Ik vroeg me wel eens af of mijn haar voor hem groen moet hebben geleken… ). En zelfs als je uitstekend kleuren kunt waarnemen, zijn er altijd nog lichtgolven in het spectrum die we niet eens kúnnen zien met ons menselijke oog. (Heel cool trouwens om te zien hoe allerlei verschillende dieren waarnemen. Bekijk dit filmpje ‘How animals see the world‘ maar eens).

En toch is ons oog (in goeden doen) altijd nog vele malen ingenieuzer dan welke camera dan ook. Een camera is beperkter in het verwerken van het beeld dat op het ‘netvlies’ (de sensor) valt. Vandaar ook dat – ook in RAW – een foto van dat adembenemende landschap dat je op vakantie zag het soms lang niet háált bij wat je met je eigen ogen gezien hebt. Neem het je camera niet kwalijk, die kan er ook niks aan doen…

Maar een nabewerkingsprogramma wél! Dus als dat ongepolijste beeld dat je fototoestel heeft uitgespuwd toch net even wat minder sprankelt dan die stralend gele bloemenweide in de bergen tegen een hemelsblauwe lucht, spice it up! Tikje meer contrast, even wat schuiven aan die kleurtemperatuur (de witbalans) en wat is er mis met een snufje extra scherpte? Wie weet stel je het precíes zo in als ik het zou hebben gezien. Met lenzen dan. 🙂

Sure, er zijn gradaties waarin je los kunt gaan. Tussen enerzijds de simpele compressie door het omzetten van raw naar .jpg en anderzijds complete digital art is alles mogelijk. Elke pixel is te bewerken en naar je hand te zetten. Het is aan jou als beeldmaker (ja jij dus ook pure fotograaf!) om je eigen koers daarin te kiezen en te bepalen welk beeld en welke beleving je aan de kijker wil aanbieden.

En dan maar afwachten of die hetzelfde waarneemt als jij. En hoe ze haar schermkleuren heeft ingesteld…. 😜


De kunst van het kiezen

Wat kóóp je eigenlijk als je kunst koopt? Ja, een schilderij. Of een foto. Of keramiek object. Geprint op canvas, of papier. Op een akoestisch paneel misschien (ook nog eens functioneel). Met lijst, zonder lijst. Hoe dan ook, je koopt meestal een beeld. Iets om naar te kijken, in 2D of 3D zo je wilt.

Best gek wel. Want zoveel andere dingen koop je voorál om het functionele ervan. En dat het er mooi uitziet is dan in meer of mindere mate bijzaak. Als het functionele niet aan de verwachtingen voldoet, is het mooie ineens ook minder mooi. Het is om op te zitten. Om te eten. Om lekker warm aan te trekken. Om je huid mee te verzorgen, of wat dan ook. Het heeft een duidelijk nut en is niet (alleen) maar om naar te kijken. 

Hoe zit dat dan bij kunst? Wat brengt het je? Wat is het nut? Aankleding van een lege muur of hoek in de kamer of tuin? Maar waaróm dan?

Omdat het je huis gezellig maakt. Warmte uitstraalt. Of rust. of een visuele verrassing biedt. Het prikkelt ons. Stelt ons vragen. Of stelt ons gerust. Kunst is gevoel. Pret. Genot. Irritatie. Woede. Angst. Twijfel. Eenzaamheid. Energie. Verdriet. Liefde. Verbazing. Verwondering.
Én … verbinding!

Want kunst is persoonlijk. En hoe fijn is het om dezelfde emotie als iemand anders te voelen bij een schilderij? Het schept een band als iemand hetzelfde ervaart bij een beeld. Als het een vergelijkbare reactie triggert. ‘Word jij ook zo blij van een schilderij van Picasso?’ ‘Geniet jij ook zo van de rust van een schilderij van Monet, of het bruisende van de wereld van Renoir?’ ‘Kun jij ook niet uitstaan dat mensen het werk van …. kunst noemen?’ Of persoonlijker doet een werk ons misschien wel denken aan een fijne vakantie die we met iemand hebben meegemaakt. Een herinnering om te delen. Herkenning. Van beleving. En van waarden. 


En daarmee ook van invloed op het groepsgevoel. Het kan iets zeggen over de eigenaar. Wat diegene wil uitstralen in zijn woon- of werkruimte. Je kunt écht een sfeer beïnvloeden of imago versterken door de kunst die je plaatst. Klassiek, modern, energiek, jong, elegant,  krachtig, minimalistisch, stoer, behoudend of juist provocerend. Noem maar op.

Zie jij wel eens een kunstwerk waarvan je denkt ‘Wauw wat mooi! Maar ik zou het nóóit kopen, want ….’. En hoe vaak komt er dan als reden niet iets wat te maken heeft met wat ánderen ervan zouden vinden? Ondanks onze eigen fijne beleving bij het kunstwerk?

Durf jij te kiezen? Voor wat jij wil uitstralen? Voor wat bij jóu past, in plaats van (alleen) bij je bankstel? 😉

Focus

‘Je zou wat meer moeten focussen. Richt je op één ding.’
 
Makkelijk gezegd. Maar wat als je héél veel leuk vindt? Veel interessen hebt en veel creatieve drang? Alles wil proberen? Kiezen is echt onmogelijk voor mij. Schilderen, tekenen, breien en haken, digitaal ‘knutselen’, edelsmeden, muziek maken, schrijven. Zoveel al geproefd of langere tijd gedaan en nog zoveel andere disciplines die ik wil proberen. En per discipline heb je óók nog eens zoveel opties! Aquarel, olieverf, graffiti, pentekenen. Of piano spelen, gitaar, saxofoon, mondharmonica … Maar laat ik in deze blogpost eens vertellen wat de aantrekkingskracht van fotografie voor mij is.

Jaren geleden overwon ik mijn drempel om de mysteries van sluitertijd, diafragma en iso-waarden te ontrafelen en kocht ik een eerste bescheiden camera. Ik vond het heerlijk om met dat toverapparaatje de natuur in te trekken. Ik kon er de vluchtige wereld mee vastleggen en bewaren, maar bovendien gaf het ding een geweldig excuus om in mijn eentje ergens op een klein stukje hei rond te dwalen zonder dat voorbijgangers zich al te veel zouden afvragen wat ik daar in vredesnaam lag te doen op mijn knieën tussen de graspollen. Nou ja, misschien vroegen ze het zich wel af, maar ik had een camera. Dus hé, er was een geldige reden! Maar eigenlijk deed ik als kind zónder camera al hetzelfde. Gebiologeerd kon ik geduldig mieren in de tuin bestuderen. Hun minuscule voelsprietjes, die een feilloos kompas leken te zijn voor al die kleine wezentjes die altijd druk waren. Of een citroenvlinder. Die ik beschadigd op de tegels vond en – na het beestje uitvoerig bewonderd te hebben – met mijn peuterhandjes in een bloem zette in de hoop dat ie nog wat kon eten en zou opknappen. De magie van die miniatuurwereld om ons heen greep me heel veel jaren later opnieuw. 

Vol overtuiging hurkte ik regelmatig met mijn lens op de snufferd van een libel, om de onweerstaanbare parelmoer glans en ragfijne vertakkingen van die tere vleugeltjes vast te leggen. Een fractie van een seconde de beweging en schoonheid bevriezen. Om later nog eens terug te kunnen zien. Én aan anderen te laten zien. Hoe mooi. Hoe kwetsbaar. Hoe bijzonder dat het bestond. Hoe is het toch mogelijk dat de natuur al die soorten voortbrengt? 

Elk wezentje uitgerust met een set superskills waar menig pokémon-karakter jaloers op zou zijn! Ga maar na: kikkers die weer tot leven komen na vrijwillig nagenoeg dood te zijn geweest, of de extreem lange roltong van vlinders om diep in bloemen nectar op te kunnen zuigen. (En dat die tong oprolt is wel zo praktisch tijdens het vliegen). Kevers die hun vijand met een chemisch zuur besproeien, wespen die hun jongen IN een rups planten en het voor elkaar krijgen dat die rups in een soort zombiestaat ook nog eens die jongen gaat beschermen nadat ze zich een weg naar buiten hebben gegeten…. Sorry. Ik laat me meeslepen… 😉

Hoe dan ook: good ol’ nature overtreft je wildste fantasieën. Elke millimeter van die vernuftige insectenlijfjes is doordacht en dient een specifiek doel. Alles in het kader van voortplanten, eten en gegeten worden. Als je tegenstander betere superskills heeft dan jij. 

Macrofotografie blijft me na al die tijd nog steeds boeien. Maar omdat ik als fotograaf ook een creatieve ontwikkeling doormaakte, lonkten ook andere onderwerpen mij. En dan komt opnieuw het kiezen om de hoek kijken. Uit die ongekend vele mogelijkheden die er zijn. Landschappen, productshoots, architectuur, huwelijken, baby’s, portretten, evenementen, stillevens, voer- en vaartuigen, actiefoto’s, bedrijfsfotografie, nieuws … zucht … En tóch. Tóch kwam er iets bovendrijven. Al was het op vertrouwd terrein, namelijk macrofotografie. Ik verplaatste mijn lens van de natuur naar binnenshuis en mijn nieuwe stijl werd geboren: abstracte fotografie. Héérlijk om op zoek te gaan naar een heel klein stukje van de wereld om me heen, dat eenmaal gekaderd en bevroren een totaal nieuwe beleving biedt! Een uniek beeld dat losgemaakt is uit het alledaagse om te verbazen, te verwonderen, te verrassen. Op m’n knieën tijgerend door de woonkamer op zoek naar onverwachte juweeltjes. En geen mens die zich af hoeft te vragen wat ik daar in vredesnaam aan het doen ben. Ik heb namelijk een camera. 😉

Wil je kennismaken met mijn abstracte fotowerken? Ga dan naar de Qeimoy shop op Werkaandemuur en selecteer het album.